Home → Exporteren naar het VK na Brexit – wat u in 2026 anders moet doen
Sinds de Brexit is het Verenigd Koninkrijk een derde land voor de EU. Voor Nederlandse exporteurs betekent dat dat goederen naar het VK opnieuw onder douaneformaliteiten vallen, met onder andere een uitvoeraangifte en Britse invoerprocedure. Afhankelijk van de leveringsvoorwaarden en het type goederen kunnen daarnaast een GB EORI-nummer, GVMS, Portbase, IPAFFS en oorsprongsdocumentatie nodig zijn. In deze gids leest u stap voor stap hoe u in 2026 vanuit Nederland correct exporteert naar Engeland, Schotland en Wales, welke aandachtspunten gelden voor Noord-Ierland en hoe u veelvoorkomende vertragingen aan de grens voorkomt.
Op 31 januari 2020 verliet het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie en sinds het einde van de overgangsperiode op 1 januari 2021 geldt Groot-Brittannië voor douanedoeleinden als een derde land.
Voor Nederlandse exporteurs betekent dit dat een goederenbeweging naar Engeland, Schotland of Wales niet meer als gewone intra-EU-handel kan worden behandeld.
In de praktijk krijgt u onder andere met de volgende formaliteiten te maken:
Tegelijkertijd biedt het EU-VK Handels- en Samenwerkingsakkoord mogelijkheden om voor kwalificerende goederen een preferentieel invoertarief toe te passen.
Dat voordeel geldt alleen wanneer de goederen aan de relevante Rules of Origin voldoen en de oorsprong correct kan worden aangetoond.
Belangrijk: de juiste procedure hangt niet alleen af van het land van bestemming, maar ook van de Incoterm, vervoersroute, goederensoort en de vraag wie formeel als importeur in het VK optreedt.
Een correcte exportzending naar het VK begint met documenten die onderling dezelfde informatie over goederen, waarde, partijen en transport bevatten.
Niet zeker welke documenten voor uw goederenstroom nodig zijn? Onze douane-experts kunnen uw exportproces vooraf controleren.
Het EU-VK Handels- en Samenwerkingsakkoord, oftewel de Trade and Cooperation Agreement, maakt preferentiële handel tussen beide douanegebieden mogelijk.
Dat betekent niet dat iedere zending vanuit Nederland automatisch zonder invoerrechten in het VK kan worden ingevoerd.
De goederen moeten voldoen aan de productspecifieke Rules of Origin uit het handelsakkoord.
De plaats waar een product wordt verzonden is daarbij niet automatisch hetzelfde als de oorsprong van het product.
Een product dat vanuit China in Nederland wordt ingevoerd en vervolgens vrijwel ongewijzigd naar het VK wordt doorverkocht, krijgt daardoor niet automatisch preferentiële EU-oorsprong.
Een product dat voldoende in de EU is vervaardigd of verwerkt, kan daarentegen wel aan de vereiste oorsprongsregels voldoen.
Belangrijk: een preferentieel tarief kan alleen worden toegepast wanneer de oorsprong daadwerkelijk voldoet aan de voorwaarden én op de voorgeschreven manier wordt onderbouwd.
Bij handel tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk kunnen verschillende EORI-registraties een rol spelen.
Uw Nederlandse EORI-nummer wordt gebruikt om uw onderneming binnen de EU-douaneomgeving te identificeren.
Bij een Nederlandse uitvoeraangifte moet de relevante exporterende partij daarom correct met haar EORI-registratie worden geïdentificeerd.
Een GB EORI-nummer is niet automatisch voor iedere Nederlandse exporteur verplicht.
Het kan onder andere relevant zijn wanneer:
Bij een levering waarbij de Britse klant zelf de invoer verzorgt, ligt de Britse EORI-verplichting doorgaans bij die importerende partij.
Praktijktip: bepaal vóór de eerste zending wie volgens de afgesproken Incoterm de exporteur, importeur en verantwoordelijke voor de douaneaangifte is. Dat voorkomt dat pas bij vertrek blijkt dat een noodzakelijke registratie ontbreekt.
Goederen die vanuit Nederland naar Groot-Brittannië worden uitgevoerd moeten in de relevante gevallen elektronisch voor uitvoer worden aangegeven.
In de praktijk wordt deze aangifte vaak namens de exporteur door een douane-expediteur zoals OTS Broker verzorgd.
De uitvoeraangifte bevat onder andere:
Na acceptatie van de aangifte wordt een MRN (Movement Reference Number) gegenereerd.
Deze douanereferentie speelt vervolgens een belangrijke rol in de verdere logistieke verwerking van de exportzending.
De uitvoeraangifte alleen bewijst nog niet dat de goederen de Europese Unie daadwerkelijk hebben verlaten.
Voor de BTW-administratie is daarom ook de bevestiging van daadwerkelijke uitvoer van groot belang.
Bewaar deze bevestiging samen met uw factuur en transportdocumentatie als onderdeel van het bewijsdossier voor toepassing van het 0%-BTW-tarief bij export.
Het Goods Vehicle Movement Service (GVMS) koppelt bij daarvoor bestemde Britse goederenstromen douanereferenties aan één voertuigbeweging.
Het systeem wordt vooral gebruikt bij RoRo-vervoer waarbij trucks of trailers via ferryverbindingen of de Kanaaltunnel Groot-Brittannië binnenkomen.
Een Goods Movement Reference (GMR) bundelt relevante douanereferenties die bij één voertuigbeweging horen.
De gegevens moeten aansluiten op de daadwerkelijke truck, trailer en zending waarmee de overtocht wordt uitgevoerd.
De verantwoordelijkheid voor het aanmaken van de GMR ligt in de praktijk vaak bij de vervoerder, expediteur of andere partij die de goederenbeweging organiseert.
Exporteur en importeur moeten die partij wel tijdig voorzien van de correcte douanereferenties en zendinggegevens.
De GMR wordt gebruikt binnen het Britse grensproces om de voertuigbeweging en bijbehorende douaneaangiften met elkaar te verbinden.
Een fout in bijvoorbeeld het kenteken, de trailerreferentie of een gekoppelde douaneaangifte kan daardoor direct gevolgen hebben voor het vervolg van de zending.
Praktijktip: controleer vóór vertrek of de GMR de juiste voertuiggegevens en douanereferenties bevat. Een fout die vooraf enkele minuten kost om te herstellen kan aan de terminal tot aanzienlijk meer vertraging leiden.
Voor verschillende goederenstromen via Nederlandse ferry- en havenfaciliteiten wordt Portbase gebruikt om douanedocumentatie vooraf aan de logistieke beweging te koppelen.
Portbase verbindt informatie van onder andere douane, terminals, vervoerders en logistieke dienstverleners.
Welke Portbase-service nodig is hangt af van de haven, terminal, modaliteit en goederenstroom.
Heeft uw onderneming zelf geen Portbase-aansluiting, dan kan de operationele afhandeling vaak door uw expediteur of andere logistieke dienstverlener worden verzorgd.
Let op: vertrek niet richting de terminal voordat is gecontroleerd of de benodigde douanedocumenten correct zijn voorgemeld. Een ontbrekende of foutieve voormelding kan de toegang tot de terminal blokkeren.
Het Border Target Operating Model (BTOM) vormt een belangrijk onderdeel van het Britse grensregime voor onder andere dierlijke producten, planten en andere sanitaire en fytosanitaire goederenstromen uit de EU.
Voor Nederlandse exporteurs betekent dit dat niet alleen de douaneaangifte, maar ook het risicoprofiel van het product bepaalt welke aanvullende formaliteiten gelden.
Mogelijke vereisten zijn:
De regels rond SPS-goederen zijn in ontwikkeling en verschillen sterk per productcategorie.
Exporteert u agrofood, dierlijke producten of planten naar het VK? Laat vooraf controleren welke Britse grensformaliteiten voor uw product gelden.
IPAFFS staat voor Import of Products, Animals, Food and Feed System en wordt in het VK gebruikt voor de voormelding van verschillende gereguleerde goederenstromen.
De melding wordt aan Britse zijde verzorgd door de verantwoordelijke importerende partij of diens vertegenwoordiger.
De Nederlandse exporteur moet daarvoor wel tijdig correcte product-, certificaat- en transportinformatie beschikbaar stellen.
Een ontbrekende of onjuiste IPAFFS-melding kan ertoe leiden dat een daarvoor meldingsplichtige zending niet volgens planning kan worden verwerkt.
Bij gekoelde, verse of levende goederen kan zo’n vertraging direct gevolgen hebben voor kwaliteit, houdbaarheid en logistieke kosten.
Het preferentiële tarief uit het EU-VK handelsakkoord is alleen beschikbaar voor goederen die aan de relevante oorsprongsregels voldoen.
De oorsprong moet daarom worden beoordeeld aan de hand van de productspecifieke regels en beschikbare bewijsstukken.
Voor bepaalde zendingen kan een exporteur een oorsprongsverklaring afgeven zonder geregistreerd exporteur te zijn, mits aan de voorwaarden uit het handelsakkoord wordt voldaan.
Bij zendingen boven de toepasselijke waardedrempel kan een REX-registratie nodig zijn om als geregistreerde exporteur een geldige oorsprongsverklaring af te geven.
Het REX-nummer wordt dan opgenomen in de voorgeschreven verklaring op het commerciële document.
Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer:
Praktijktip: goederen die uit een derde land worden ingevoerd en vervolgens zonder voldoende bewerking vanuit Nederland naar het VK worden doorverkocht krijgen niet alleen door die doorvoer EU-oorsprong.
Wilt u zekerheid over de preferentiële oorsprong van uw goederen? Onze experts ondersteunen u bij oorsprongsbeoordeling en de bijbehorende douanedocumentatie.
De beste route naar het VK hangt af van het type goederen, de eindbestemming, benodigde transittijd, vervoersmodaliteit en de operationele afspraken tussen exporteur, vervoerder en importeur.
Bij RoRo-vervoer moet vooraf worden gecontroleerd welke Nederlandse en Britse digitale formaliteiten voor de gekozen route gelden.
Deepsea- en containerstromen volgen andere operationele processen dan begeleid RoRo-vervoer.
De Britse invoerprocedure kan daarbij via inventory-linked havens en het Britse douanesysteem worden afgehandeld.
Luchtvracht vanuit Nederland naar het VK vereist eveneens een uitvoer- en invoerproces, maar gebruikt een andere logistieke documentatie en afhandelingsketen dan ferryvervoer.
Nederlandse exporteurs kunnen ook via België of Frankrijk richting de Kanaaltunnel rijden wanneer dit logistiek beter aansluit op de bestemming of vervoersplanning.
De gekozen route verandert echter niets aan de noodzaak om vóór vertrek de juiste export-, import- en transitformaliteiten op elkaar af te stemmen.
Voor een exportlevering vanuit Nederland naar een bestemming buiten de EU kan het 0%-BTW-tarief worden toegepast wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan en u kunt aantonen dat de goederen daadwerkelijk de EU hebben verlaten.
Een goed opgebouwd bewijsdossier bevat onder andere:
Belangrijk: behandel een levering aan Groot-Brittannië na Brexit niet als een gewone intracommunautaire levering. Het gaat fiscaal om uitvoer naar een land buiten de EU en uw administratie moet dat kunnen aantonen.
In de Nederlandse BTW-aangifte worden dergelijke exportleveringen verwerkt in de rubriek voor leveringen naar landen buiten de EU.
Aan Britse zijde kunnen vervolgens import-VAT en eventuele invoerrechten verschuldigd zijn.
Welke partij deze kosten en formaliteiten draagt hangt sterk af van de overeengekomen Incoterm.
Bij een constructie zoals DDP neemt de Nederlandse verkoper aanzienlijk meer verantwoordelijkheid aan Britse zijde op zich dan bij een levering waarbij de Britse klant zelf als importeur optreedt.
Nee. Een GB EORI-nummer is vooral relevant wanneer uw onderneming zelf als verantwoordelijke partij binnen Britse douaneprocedures optreedt. Verzorgt uw Britse klant zelf de invoer, dan kan de EORI-verplichting aan Britse zijde bij die klant liggen.
GVMS is een Brits systeem dat douanereferenties aan bepaalde voertuigbewegingen koppelt. Portbase is een Nederlands platform dat douane- en logistieke informatie binnen de Nederlandse havenketen verbindt. Bij bepaalde RoRo-routes kunnen beide systemen binnen dezelfde goederenstroom een rol spelen.
DDP legt veel verantwoordelijkheden bij de verkoper. U moet daarom vooraf beoordelen wie de Britse invoeraangifte verzorgt, wie import-VAT en invoerrechten betaalt en welke Britse registraties nodig zijn. DDP is operationeel en fiscaal aanzienlijk complexer dan een constructie waarbij de Britse klant zelf de invoer verzorgt.
CE en UKCA zijn productconformiteitsmarkeringen binnen verschillende regelgevingskaders. Welke markering voor uw product en bestemming vereist of geaccepteerd is, moet per productcategorie volgens de actuele Britse regelgeving worden gecontroleerd.
De verwerkingstijd hangt af van de volledigheid van de aangifte en eventuele douanecontroles. Een correcte elektronische aangifte kan snel worden geaccepteerd, maar een controle of ontbrekende documentatie kan de daadwerkelijke goederenbeweging aanzienlijk vertragen.
Ja, maar dan kan het preferentiële invoertarief mogelijk niet worden geclaimd. Een oorsprongsverklaring moet bovendien alleen worden afgegeven wanneer de goederen daadwerkelijk aan de toepasselijke oorsprongsregels voldoen.
Een Inland Border Facility is een Britse locatie waar bepaalde douane- en grensformaliteiten buiten de directe havenomgeving kunnen worden uitgevoerd. Een voertuig dat daarheen wordt verwezen moet de instructies uit het Britse grensproces volgen voordat de goederenbeweging kan worden voortgezet.
REX staat voor Registered Exporter en wordt gebruikt bij het afgeven van bepaalde preferentiële oorsprongsverklaringen. Of registratie nodig is hangt onder andere af van de waarde van de preferentiële goederen en de regels van het betreffende handelsakkoord.
Niet volledig. Noord-Ierland heeft onder het Windsor Framework een bijzondere positie. Goederenstromen naar Noord-Ierland moeten daarom afzonderlijk worden beoordeeld en kunnen andere identificaties en procedures vereisen dan zendingen naar Engeland, Schotland of Wales.
Controleer dit direct met uw douane-expediteur. Een ontbrekende bevestiging kan betekenen dat het uitgangsproces niet correct is afgerond of dat een noodzakelijke douanemelding ontbreekt. Dit is ook belangrijk voor uw bewijs van toepassing van het 0%-BTW-tarief.
Ja. Vooral sanitaire, fytosanitaire en operationele grensregels worden regelmatig aangepast. Baseer een actuele zending daarom op de regels die op dat moment voor uw product, route en verantwoordelijkheidsverdeling gelden.
Export naar het VK bestaat uit meerdere stappen die vóór vertrek op elkaar moeten aansluiten.
Een fout in de uitvoeraangifte, goederenclassificatie, GMR, havenvoormelding of Britse importdocumentatie kan ervoor zorgen dat een verder correcte zending toch vertraging oploopt.
OTS Broker ondersteunt Nederlandse exporteurs bij de douaneformaliteiten rond goederenstromen naar het Verenigd Koninkrijk, waaronder uitvoeraangiften, douanereferenties, oorsprongsvraagstukken en de afstemming met Britse importprocessen.